Identiteit

Identiteit by AlleskAn | Kunstlokaal №8
Identiteit, a photo by AlleskAn | Kunstlokaal №8 on Flickr.

Bijna 2000 woorden bij de opening van de tentoonstelling ’Ik zie, ik zie wat jij niet ziet’ van het Noord-Nederlands kunstenaarscollectief 6kmperuur10mdiep in Galerie92, aan de Eewal te Leeuwarden. 30 november 2012.

’Sedert [elf dagen (m.p.)] ben ik geroepen tot een taak, die zo zwaar is, dat niemand die zich daarin ook maar een ogenblik heeft ingedacht, haar zou begeren, maar ook zo mooi dat ik alleen maar zeggen kan: ”Wie ben ik, dat ik dit doen mag?”’ * Een open vraag die ik nét zo open beantwoord. Want zoo ik iets ben, ben ik een Hagenaar.
Louis Couperus: ’Zoo ik iets ben, ben ik een Hagenaar. Van Holland ken ik zoo weinig, dat ik mij nu voorneem, in het voorjaar, met een Baedeker, een reis te maken van Zeeland tot Groningen toe. Amsterdam ken ik hoogst oppervlakkig, Rotterdam eigenlijk in het geheel niet. Polders, kanalen, dijken en andere zeer Hollandsche landschapseigenaardigheden zijn mij, als ik het zoo maar bekennen mag, volstrekt onbekend. Ik wil ze kennen; het is te dwaas, dat iedere Engelschman, dien ik in het buitenland ontmoet, in zijn house-boat gereisd heeft langs de intiemste plekjes van onze provincies en dat ik hem blozend vertellen moet, dat ik niets gezien heb van die water- doorsneden landouwen. Siena ken ik beter dan Gouda of Doetichem; Capri ken ik beter dan Marken (waar ik nimmer was); Michelangelo is mij vertrouwder dan Rembrandt en toen Dr. Bredius mij verzocht zijne prachtige collectie in zijn heerlijk huis op de Prinsegracht te bezoeken, heb ik aldaar voor de wonderteekeningen van den grooten meester en voor zijn zielvollen Christuskop mij geschaamd, dat ik van de Italiaansche Renaissance meer wist dan van onze eigene gouden eeuw en een ontevreden gevoel in mij ontdekt.‘

’Where did Picasso come from?
there’s no Michelangelo coming from Pittsburgh
if art is the tip of the iceberg
I’m the part sinking below’

’Zoo ik dan iets ben, ben ik een Hagenaar. Een Hagenaar, geboren op de [Frankenslag (m.p.)].’ Wie ben ik dan, dat ik dit doen mag zonder Friese wortels? Sinds mijn oom, de al erg lang vergeten dichter/kunstenaar Nico Verhoeven, die in Greonterp bij Blauwhuis een vakantiewoning bezat, in negentienhonderdvierenzestig zijn dan al beroemde vriend Gerard Kornelis van het Reve overhaalde, volgde een stroom van artistieke immigranten naar Friesland. Ik heb dus illustere voorgangers.
Echter evenzovele vertrokken de andere richting uit, zoals één van mijn leraren aan de Haagse Koninklijke Academie; Auke de Vries – hoe Fries kun je heten? – die in ’t Belvédére onlangs zijn 75ste verjaardag vierde. Na Nico’s dood in 1974 verhuisde zijn partner Judith Boer naar de vlecke Hûns, iets dichter bij Leeuwarden dan Bolsward, waar ik in 1987, vijf jaar na mijn afstuderen, in haar galerie, mijn eerste Fryske coming out had.

Sinds eind jaren tachtig maakten we veel fiets- en kanotochten door Friesland, Groningen én de rest van de wrâld. De ruimte lokte. Net voor de econocrisis van 2008 konden wij onze Haagse woning gunstig verkopen en het veel te kleine zolderatelier op drie-hoog-achter verruilen voor een gymzaaltje en drie klaslokalen; de Oude mr. J.B. Kanschool in Jubbega-Schurega iets ten zuiden van Gorredijk en even ten oosten van Heerenveen. Heerenveen dat ook wel aangeduid wordt als ’Het Friese Haagje’. En daar gaat dan een wereld voor je open.
Hoe het Friese landschap in mijn werk is binnengeslopen laat ik op het internet zien in een fotostream onder de titel Beeldenpark Friesland. Juist in deze cultuurpolitiek schrale, zelfs cultuurvijandige tijd opende ik op 19 oktober 2010 het grootste museum van Nederland, met een totaal oppervlak van 3.341 komma 7 vierkante kilometers. Bijna dagelijks wordt de collectie uitgebreid. Zonder één cent subsidie en nog gratis te bezoeken ook! Overal om ons heen staan sculpturale artefacten die wij niet als zodanig herkennen en waar we aan voorbijgaan. Beeldenpark Friesland toont de schoonheid van het onopgemerkte alledaagse; onbedoelde anonieme kunstwerken die gezien willen worden en die gezien zijn en gefotografeerd. Al deze werken, nu zo’n 650 foto’s, werden en worden in kaart gebracht in Beeldenpark Friesland.
ARK fryslân organiseerde op vrijdag 7 september jongstleden een arkcafé met als thema ’Zoveel meer dan het lijkt’ waar ik een selectie projecteerde en aan elkaar praatte. Het Beeldenpark is te beschouwen als een filiaal van het, eveneens digitale, internationale Musée de la Sculpture Trouvée, dat de hele wereld omvat.
Het nieuwe Fries Museum meet 4.000 prachtige vierkante meters – wij mochten het maandag, nu nog leeg, voorproeven – en wil in 2013 met de presentatie ’Horizonnen, Friesland in pespectief’, dé culturele topattractie van Fryslân zijn. Beeldenpark Friesland is dat vandaag!
Is nu mijn Haagse identiteit veranderd of die van het Friese landschap?
‘Elk boek is een autobiografie, elk gedicht is autobiografisch en elk schilderij is een zelfportret. Ook een landschap. Alles is een zelfportret. Denk ik’ – Gerard Reve.

In de zomer van 1823 maakten twee jonge studenten, Dirk van Hogendorp en de latere schrijver Jacob van Lennep, een soort inspectietocht door Nederland. Zij wandelden door een land dat voor ons bijna onherkenbaar is, met schaapskudden op de Leeuwarder wallen. Eénderde van het land was nog pure woestenij, de wegen vaak enkel modder, veel steden lagen vol mestvaalten en als ’s avonds de poorten dichtgingen heerste buiten totale duisternis.
Uit Lopen met Van Lennep: ’Om half zeven kwamen we te Leeuwarden aan. […] We namen onze intrek in het logement De Valk en waren opgetogen toen de eerste kennis die we in Leeuwarden ontmoet hadden, W. van de Poll, bij ons kwam en wijn met ons dronk. Om half negen ging Van Hogendorp, die slaap kreeg, naar bed. Mijn oude vriend bleef bij mij zitten tot twaalf uur en we ledigden enige flessen wijn. Hier is het nu de gelegenheid over de Friese zeden en gewoontes te spreken en dat aan te tekenen wat mij het meest getroffen heeft. Anderen zullen hier zeker meer en beter over geschreven hebben. Ik wil mijn woorden ook niemand als evangelie opdringen en geef graag toe, dat men in drie weken tijd een provincie niet kan leren kennen. Maar ik verklaar dat onpartijdigheid en mijn vaste overtuiging de pen geleid hebben bij mijn oordelen. Als men altijd in één plaats leeft, steeds in zijn eigen kring en als men het bloed niet soms in zachtere streken verdunt en voedsel geeft aan zijn verbeeldingskracht, dan is het heel natuurlijk dat men altijd op de oude toon gestemd blijft. Men legt vroegere vooroordelen nooit af, komt niet verder, wordt niet beschaafder. Men vindt niet van belang dan dat waaraan we vastgeklonken zijn door jarenlange gewoonte. Men ontwikkelt zich niet en men maakt zich van buitenlandse manieren slechts dat eigen wat achter blijft, omdat het van tijd tot tijd algemener wordt en over de grenzen heen gaat, zoals de stroom van luxe en bederf. Iets westelijker dan Herenveen ligt Gordijcke [Van Lennep bedoelt natuurlijk Oostelijker (m.p.)], waar nog enige halve wilden of holbewoners wonen. Hun huizen liggen half onder de grond en ze leven van roof en bedelarij. Van elke drie misdadigers die er in Friesland berecht worden, is er één uit die plaats.’ Aldus van Lennep.
Nou, daar ben ik dan mooi tussen terecht gekomen!

Het Noord-Nederlands kunstenaarscollectief 6kmperuur10mdiep, opgericht door een jonge lichting beeldend kunstenaars die allen op latere leeftijd de kunstacademie Minerva in Groningen hebben gedaan zoekt diepgang door samen op te lopen in een wandeltempo waarin je nog net onderling van gedachten kunt wisselen.
Elk werkt vanuit een eigen fascinaties en thematiek. Kiest eigen specifieke uitvoeringswijzen met een poëtisch, expressief, conceptueel of controversieel resultaat. Tijdens hun wandelingen vragen zij elkaar of er zoiets bestaat als een Friese, een Drentse of Groningse blik? En of het werk ook iets over zijn eigen ontstaan verraadt? Of er wllicht een specifieke benadering of sfeer te herkennen is in werken die in eenzelfde soort omgeving zijn gemaakt? Hebben werken uit een bepaalde regio misschien meer gemeen dan je ondanks alle diversiteit zou vermoeden?
Huub Mous schreef in 2008 het spraakmakende boek over de ontwikkeling van de beeldende kunst in Friesland. ’De kleur van Friesland / Beeldende kunst na 1945’ waarin ook hij de vragen stelt: ’Bestaat er zoiets als typisch Friese kunst? Is een Friese identiteit terug te vinden in de beeldende kunst uit Friesland?’ Om vervolgens te concluderen ’[dat] eens temeer duidelijk [is] dat ’de kleur van Friesland’ in werkelijkheid niet bestaat en ook nooit bestaan heeft, al zullen de friezen – ook van de komende generaties – er wellicht nog lang naar blijven zoeken.’
En ja hoor! Die Friesche Identiteit stond ook vrijdagavond 9 november jongstleden centraal tijdens een discussieavond met cultureel adviseur Rudi Wester en directeur van Tresoar Bert Looper over de Leeuwarder kandidatuur voor Culturele Hoofdstad 2018 in een bijeenkomst aan boord van ARK fryslân. Waaruit bestaat deze identiteit? Bestaat ’De Fries’ eigenlijk wel? En is er misschien sprake van een teveel aan ideologie? Ligt de horizon bij de Groningers nu werkelijk hoger dan bij de Friezen of niet?
Wordt de gesuggereerde identiteit niet bewust geconstrueerd of gemanipuleerd? Zoals de atheïst niet kan ontkennen dat God bestaat, louter en alleen al omdat hij besproken wordt en dus een zichzelf waarmakende waanvoorstelling is.
Is het niet een typisch geval van Warhollesk merken-management?

’There is only one good thing ’bout small town
There is only one good use for a small town
There is only one good thing ’bout small town
You know that you want to get out
When you’re growing up in a small town
You know you’ll grow down in a small town
There is only one good use for a small town
You hate it and you’ll know you have to leave.’

(het klonk aan het begin al)
Small Town – Lou Reed en John Cale – Songs for Drella.

In Oranjewoud staat het prachtig mooie Museum Belvédère dat ik graag en het liefst bezoek op een meest druilerig natte dag. Omdat juist dan het gebouw, de collectie en de omgeving heerlijk samenvloeien. De kleur van zompig turf en waterig groen.
Belvédère is een door Thom Mercuur bijeengebrachte, zéér private verzameling werken die zíjn particuliere frieslandbeleving weerspiegelt.

Als een schilderdoos. ’Ontstaan uit de kracht van de eigen grond in de ware en oorspronkelijke contex van de kunst’, is het onlosmakelijk verbonden met zijn omgeving. Het noemt zichzelf dan ook het museum van ’de schilders van de achterdeur’. Of zoals Leon Adriaans het heeft uitgedrukt: ’Hoef nooit op reis / ik ben ’t allemaal zelf / wat ik wil zien.’ Ook onder het nieuwe (import!) directoraat van Han Steenbruggen blijven we op Terra Cognita, bekend terrein.
In Kunstlokaal No8, de tentoonstellingsruimte van ons kunstschooltje AlleskAn in Jubbega, presenteren we onder meer kunstenaars uit de randstad, en binnenkort ook van buiten Nederland en wellicht ook eens De Vries.

’Moeizaam verlaat wat dicht bij de oorsprong woont de plaats’ aldus Martin Heidegger.
Wij, kunstbroeders Martin de Jong, ’n diepfrysk ût Mildaam, John Kok een Rotterdammer te Oldeberkoop en ik, Prins in het Friese Haagje, wij trokken er op uit. In de warmste week van augustus maakten we een werkreis naar Berlijn. Een week lang van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat werkten we op locatie, ieder op eigen wijze de indrukken van de stad registrerend en verwerkend. Op ons weblog groetuitberlijn.blogspot.nl deden wij digitaal verslag. Begin november in Stedelijk Museum Assen, het Departement voor Filosofie en Kunst exposeerden we de resultaten. Een presentatie in Rotterdam is in voorbereiding. Hoe eigen of verduitst waren wij? Deed Assen er nog toe en hoe zal de Randstad het oppikken of ingepakt worden?

’Ik dwaal af maar eerder door mijn ongebondeheid dan door onoplettendheid. Mijn ideeën volgen elkaar wel maar soms van verre, en ze houden elkaar in het oog, al is het met een zijdelingse blik’ – Michel de Motaigne.

Hier in Leeuwarder Galerie92 de Friezen uit het colectief 6kmperuur10mdiep in een mooie tentoonstelling bijeen: De colorist Maaike Gorter, de fantast Han Henstra, de dromer Margriet Reinalda, en de tijdloze Janne Heida. Verlaat het pad, verleg de horizon, het perspectief, gá die grens van de verbeelding over. De wereld ligt aan je voeten; trek haar in!
De slotzin van Wittgensteins Tractatus parafraserend besluit ik; ’Datgene waarover men niet kan spreken, daarover moet men schilderen.’

Marcel Prins, Jubbega-Schurega 2012

voetnoot
* Rede en de eed van Koningin Juliana bij haar inhuldiging op 6 september 1948 in de Nieuwe Kerk van Amsterdam.

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s