Großen Herrn

naamloos-1“Mit einem Kunstwerk muß man sich verhalten wie mit einem großen Herrn: Sich davor hinstellen und warten, daß es einem etwas sage.”

“Behandel een kunstwerk als een prins; laat het eerst tot u spreken.”
~ Arthur Schopenhauer
___

Er zit niets anders op, u moet vandaag staan. De bank heeft ruimte gemaakt voor deze fraaie uitstalling. Welkom.
___

In de uitnodiging voor deze 26ste duo-tentoonstelling in Kunstlokaal №8 las u al:
“Riki Mijling maakt geometrische beelden. Minimalistisch maar nooit ongenaakbaar geeft het beeld de ruimte schaal, een menselijke maat.
Aimée Terburg speelt in eenvoud met abstract schilderkunstige wetten en met waarneming. Ze wekt het monochrome vlak tot leven, of laat het in stilte zijn.”
In onze kleine publicatie bij de tentoonstelling kunt u dat terug vinden.
___

Gisteren verscheen een paginagrote recensie in de Leeuwarder Courant.
___

Vrouwen

Er komen relatief veel vrouwen hier over de vloer en voor het voetlicht – puur statistisch ! – allen overtuigend met krachtige verbeelding.
Riki toonden we hier eerder in 2013 samen met Marian Bijlenga, die in september 2017 weer terugkeert in een nieuwe combinatie. Aimée nam eerder deel aan onze zomertentoonstellingen.

FORMEEL en FERM of FERM en FORMEEL.
STOER en STERK kunnen we het ook allitererend formuleren.
Twee stoere en sterke oeuvre-bouwers. “Het onderwerp staat vast, daarna begint het avontuur”. zo stelt de schilder/zelfportrettist Philip Akkerman dat.

Riki bouwt ook haar eigen ateliers, niet alleen in de Achterhoek maar ook in Portugal.
Stoer is Riki in haar alles- maar vooral ruimte-omvattende visuele taal die zij krachtig vertaalt in fysiek staal.
Zuiver Zen, haast mystiek mathematisch. Optische ordening naast speels statement. De gedecideerde optelsom van poëtische berekeningen.

Even onderzoekend en ondernemend is Aimée.
Reislustig en honkvast. Altijd ‘On the Road’. Deed onlangs in omgekeerde volgorde Paris-Texas: Ze exposeerde in Houston en Parijs. Terwijl haar werkplaats letterlijk op haar Groningse geboortegrond staat.
Aimabel met sterke gedrevenheid. Maar ook testend – veel verdwijnt in het ‘gemeente-archief’ – en zelfs tastend in het ‘romantisch zwart’.

Ikzelf kan uren verdwalen in deze setting. “Pour qu’une chose soit intéressante, il suffit de la regarder longtemps.” aldus Gustave Flaubert.

Het komt mij voor dat het schijnbaar uiterlijk eenvoudige werk van beide meest waarschijnlijk een amalgaam van reductie en deductie is.

Ik doe er het zwijgen toe en laat het werk spreken.

Marcel Prins bij de opening van de tentoonstelling FORMEEL en FERM van Aimée Terburg en Riki Mijling, vandaag, 5 november 2016.

Tineke Porck in Galerie Badweg 3, Bolsward

Marcel Prins ter gelegenheid van de opening van de tentoonstelling Verbinding in Galerie Badweg 3, Bolsward. 29 oktober 2016.

Een strandwandeling met Tineke Porck

Een strandwandeling met Tineke Porck.

Natuurlijk ben ik vereerd met het verzoek van Tineke om de tentoonstelling – nu getiteld Verbinding, maar eigenlijk Niets Concreet 2.0 – hier in deze mooie ruimte van Galerie Badweg 3 in Bolsward te openen. Twee bijzonder kleine, of veel beter: kleine bijzondere werken van Tineke hingen hier vorige maand samen met 57 andere in de ‘handzame’ internationale groepstentoonstelling ‘Miniscules’, gecureerd door Wilma Vissers.
Wij mochten haar werk op 31 oktober vorig jaar in ons Kunstlokaal №8 in Jubbega-Schurega presenteren in een fijne duo-tentoonstelling met de Friese kunstenaar – met fors Amsterdamse en New Yorkse verblijfservaring – Gjalt Walstra: ‘RUST en LICHT’. In mijn openingswoorden toen noemde ik hen, nogal brutaal, ‘kunstenaars van niks’. Dat deed ik bedachtzaam en weloverwogen. Nul en Zero. Niet de minste kunststroming waar Tineke’s werk schijnbaar concreet aan refereert.

Tineke’s atelier weerspiegelt haar ontwikkeling van het driedimensionale werk waarmee haar kunstenaarschap begon tot het abstract geometrische werk in het bijna platte vlak dat ze tegenwoordig maakt. Steeds subtieler gebruikt ze het materiaal tot het de rust uitstraalt die zij beoogt.

U, liefhebbers, u kunt allen heel goed zélf kijken en genieten van het hier fraai geëxposeerde werk. De relatief !! bescheiden afmeting en ‘afbeelding’ geven mij geen aanleiding tot langdradige iconografische uitweidingen, dus houd ik het kort, claim niet meer dan een luttele 5 minuten van uw genietbare kijktijd, en zo krijgt u de ‘overuren’, de rust en stilte die dit werk verdient.

Ik ga los met een gedicht van mijn bijzonder geliefde dichter/schrijver/essayist K. Schippers:

De invloed van matige wind op kleren

Ga je naar het strand? Mag ik
als je terug komt het zand
uit je schoenen voor
de bodem van mijn aquarium?

Ik citeer uit het begeleidende boekje bij de tentoonstelling vorig jaar in Jubbega:
“Een serie ontmoetingen tussen elementen, sporen die het leven verbeelden. Vlak, lijn, punt, dat zijn de basiselementen waarmee Tineke Porck een oneindig aantal beeldende mogelijkheden onderzoekt. Het vlak vult ze met gevoelige, handgetrokken lijnen parallel aan elkaar of elkaar kruisend. De afstand tussen de lijnen is van belang voor de beleving van het beeld. Soms zijn de verbindingen tot punten teruggebracht, de lijnen tot begrenzing. Zoekend naar de essentie, dat wat overblijft als je alle franje weglaat.”

Laat ik nog een liefde met u delen:

Pierre Kemp, uit zijn bundel Engelse Verfdoos

White XIV

Het wit, dat in de zon woont, glijdt
nu op de toppen van de vergulde halmen.
Nieuwe daglantarens komen wijd
en zijd gloeien rondom mijn talmen
en ik, hoe ouder, zo intenser lampomaan,
zie ’t nog eens met tweejarige ogenvreugde aan.

Goed, ik beloofde u een strandwandeling met Tineke:

Na een intens diepgravende ontdekkingsreis door Tinekes inspirerende Scheveningse atelier, september 2015 – haring op roggebrood achter de kiezen – maakten wij die bewuste stevige wandeling op het Wassenaarse strand. Dáár waar het haar allemaal ‘aangewaaid’ komt.

De bries in je oorschelp zet de juiste toon.
Na vloed tekent bij eb de terugtrekkende zee ribbels en lijnen,
laat schuimvlokken na.
Krabbetjes krabbelen schuinsmarcherend cursieven.
Zandwormen torenen hoopjes hoog en laag.
Messen liggen in gelid, touwen en touwtjes kronkelen.
Zouthout zwerft; uitgedreven.
Een rijk palet aan bijna monochrome structuren.
Uitgewaaid en tot rust.
Helmgras wuift ons uit.

Tot slot trakteer ik u op een dierbaar gedicht van Martin Bril:

1. Kunst

Wat we willen:
Momenten
Van helderheid
Of beter nog: van grote
Klaarheid

Schaars zijn die momenten
En ook nog goed verborgen

Zoeken heeft dus
Nauwelijks zin, maar
Vinden wel

De kunst is zo te leven
Dat het je overkomt

Die klaarheid, af en toe

Hier moet u het mee doen. Geniet!

(foto © Henk Porck)

Opening tentoonstelling Carrie Meijer | Hans Kleinsman #MaandvandeGrafiek

Inleiding door Birgit Speulman

Mag een print uit de computer grafiek zijn?

Carrie Meijer en Hans Kleinsman, beste kunstvrienden, ter gelegenheid van de Maand van de Grafiek wil ik graag even ingaan op wat grafiek is en waarom wij juist deze kunstenaars hebben gevraagd hun werk hier te presenteren.

Kunstdrukwerk wordt grafiek genoemd. Originele grafiek wordt al eeuwen erkend als kunstzinnig medium, dat wil zeggen zolang de prent het artistieke doel is. En niet om een eerder gemaakte tekening of schilderij in oplage te reproduceren. Zoals de etsen van Rembrandt, de litho’s van Toulouse-Lautrec en de zeefdrukken van Andy Warhol originelen zijn, geen reproducties.

Kenmerken van ambachtelijke grafische technieken zijn de oplage, de drukgangen en de drukvorm. De oplage kan klein zijn of groot, of zelfs maar uit één enkel exemplaar bestaan. In een oplage kunnen alle prenten exact gelijk zijn, maar dat hoeft niet. Het aantal drukgangen is ook niet vastgelegd, een prent kan in één laag zijn gedrukt of in vele lagen (drukgangen) over elkaar. Van deze eigenschappen valt dus niet veel méér te zeggen dan dat in de aanvang de mogelijkheid bestaat tot het vervaardigen van een oplage in meerdere drukgangen. Om te kunnen drukken is een drukvorm nodig. Als diepdruk kennen we de gravure en de ets, waarbij de drukvorm van metaal is en de afbeelding uitgestoken is of met een zuur uitgebeten. De daarbij ontstane putjes en groeven worden met inkt gevuld dat onder hoge druk op papier geperst wordt. Bij hoogdruk wordt de inkt op de oppervlakte van de drukvorm uitgerold. Voorbeelden zijn hout- en linosnede, stempelen en de traditionele boekdruk met loden letters. Lithografie en offset zijn vlakdruk-technieken. Tenslotte kunnen we doordrukken maken met sjablonen, door middel van zeefdruk en met de stencilmachine. Voor al deze druktechnieken is de drukvorm de basis. Zonder drukvorm is er geen prent. De drukvorm ís het origineel.

En aan de basis van de drukvorm ligt de tekening. Hans Kleinsman tekent ‘zonder handen’. Hij maakt tekeningen door met de computer beelden te genereren uit berekeningen. Die stuurt hij niet naar de printer, maar brengt hij direct over op papier met een ballpoint in een plotter, of met een vet litho-potlood op een grote lithosteen, waarna hij de steen afdrukt in meerdere drukgangen. Het resultaat is een beweeglijk, bijna onscherp aandoend beeld dat bestaat uit miljoenen stipjes rood, geel en blauw die in het oog van de beschouwer moeiteloos gemengd worden tot alle mogelijke tussentinten.

In het verleden hebben alle druktechnieken op hun tijd de erkenning als kunstzinnig medium moeten bevechten. Want was de ets niet de goedkope namaak-gravure van de zeventiende eeuw? Was lithografie in de negentiende eeuw niet bij uitstek een medium voor reclame-affiches, evenals zeefdruk in de twintigste? Ook de fotografie vond men lange tijd van minder artistieke waarde, vergeleken met de schilderkunst. Foto’s zijn ‘slechts’ een weergave van de zichtbare werkelijkheid, terwijl schilderijen de expressie van de maker kunnen weergeven. Bovendien is een schilderij uniek en een foto reproduceerbaar. Al in 1936 beschreef Walter Benjamin dit fenomeen in Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid. Verzamelaars lieten de fotografie als kunstvorm nog lang links liggen. Inmiddels zijn op alle grote kunstbeurzen foto’s te koop van astronomische afmetingen voor dito prijzen. Elk nieuw medium deelt deze geschiedenis. Van wantrouwen en afwijzing van de gevestigde orde tot de omarming door een verse groep liefhebbers, die later rijpt tot een nieuwe gevestigde orde.

Plotten en printen zijn de nieuwe druktechnieken. De plotter veroverde de tekenkamer; de scanner, laser- en inkjetprinter veroveren het thuiskantoor en de hobbyruimte. Kunstenaars maken natuurlijk ook gebruik van deze middelen en worden uitvinders van nieuwe toepassingen. Grafisch kunstenaars gebruiken printer en plotter zoals ze vroeger de drukpers gebruikten. Ze gebruiken computersoftware zoals ze vroeger de tekenstift hanteerden of het burijn, of de zuurkast. De computer kan een atelier zijn, de programma’s een gereedschapskist voor kunstenaars. Kunstenaars werken met hun zintuigen, hun hersenen en hun handen. Zien en voelen, denken en creëren. Hun specialiteit is de mogelijkheid de waarneming te verbeelden op zo’n manier dat wij, het publiek, verrast worden. Soms voelen we ons er ongemakkelijk bij, want het is niet vanzelfsprekend wat we zien. We hebben vragen en twijfels en ook bewondering voor de kracht van deze beelden. Met welke middelen ze ook zijn gemaakt.

Rest nog de vraag: kunnen we een print grafiek noemen? Er is de mogelijkheid tot een oplage. Carrie maakt er (meestal) maar één. Toch is een heel grote oplage niet onmogelijk. Je kunt vinden dat een prent die in potentie een oneindige oplage heeft, geen grote waarde heeft, want niet schaars is. Dit heeft de computergrafiek gemeen met de fotografie. Maar hebben we het dan over artistieke of over economische waar(he)de(n)?

Er is geen fysieke tekening of drukvorm in de computer, je kunt hem niet vastpakken. De drukvorm is een in digitale code opgeslagen bestand en bestaat als zodanig. In de metadata van het bestand zijn de maker, de ontstaansgeschiedenis en het copyright opgeslagen en kunnen extra gegevens worden bewaard, zodat het artistiek eigendom vastgelegd is, ook al is het bestand op verschillende plaatsen te vinden.

Printers en plotters zijn grafische middelen, media. Ze kunnen niet zonder iemand die er iets mee doet. Zoals een marterharen penseel niet vanzelf tot een kunstwerk leidt, doet een goede printer of een plotter dat ook niet. Elke printer (en elke computer) heeft een kunstenaar nodig om er kunst uit te krijgen. Zoals een Hans Kleinsman, of een Carrie Meijer. In de prenten van Carrie zie ik monumentjes van evenwicht in kleur en vorm. Alleen Carrie kan ze zo maken. Het werk van Hans moet je ervaren: loop er eens naartoe, ga er met je neus bovenop staan en blijf kijken terwijl je weer een stap achteruit doet. Kijk, geniet en stel vooral je vragen aan de makers.

PK’s

Sinds 2011 koppelen we in Kunstlokaal №8 vijf keer per jaar twee kunstenaars.

Schermafbeelding 2016-09-01 om 20.36.06Zo’n expositie gaat gepaard met een kleine publicatie, die we voor €5 van de hand doen, en waar al een aantal liefhebbers een jaarabonnement op hebben genomen en het gratis per snailmail thuisbezorgd krijgen. Vandaag de tweeëntwintigste, waarvan ik nu de eerste exemplaren aan Auk Russchen en Olaf Mooij uitreik. Daarmee heb ik hen meteen aan u voorgesteld.

In dit kleine boekwerkje is te lezen welke vertrekpunten beide kunstenaars kiezen, en beiden zijn bereid vandaag met u hier dieper op in te gaan.

Auk, Olaf, welkom in ons biologielokaal.
Ik heb eigenlijk heel weinig met auto’s. Het beestje moet me brengen waar ik wil. Het gruwzame moderne blik op Neerlands wegen dat tegenwoordig meer op sportschoenen lijkt dan de vrolijke Bolhoedjes, Kevertjes en Déessen uit onze jeugd, laat mij volkomen koud.
En ik ben misschien ‘motorisch gestoord’.

P1290431_1
Olaf Mooij, Relics of a bygone era

Ik heb een goede relatie met mijn Fryske garagist: “Jij onder de kap, ik in de kunst”. Na de jaarlijkse APK wordt weleens mijn bolide, ongevraagd tot de nok volgestouwd met verzaagbaar knutselmateriaal, door Eelke Tuinman op ons landgoed geparkeerd. Ik ben hem dankbaar. Ik hoop op een goede omzet deze week, opdat ik de man zijn verdiende loon kan betalen. (De eerste rode stippen zijn al geplaatst!).

Mijn onooglijk, maar wél koningsblauw, hedendaags koetsje Clio – muze van de geschiedenis – staat op Juliaanse wijze verdekt opgesteld achter de rhododendron.
Toch besteedde ik in 2007, toen nog in Den Haag, een voor mij astronomisch bedrag voor de zilvergrijze Astrale trekkracht van een royale PK’s tellend voertuig om met GALERIEopWEG  mijn route uit te zetten. We hebben het zelfs tot de Documenta in Kassel gehaald.
Toen al had ik als nieuwbakken galerist het voornemen Olafs sterkwaterrijtuigen een keer te presenteren. Eindelijk is het zover. De automotieve glimlach is hier nu in zowel GALERIEopWEG als in Kunstlokaal №8 te bewonderen.

29260192962_dd321f2055_o
Auk Russchen, Organische Verwondering (het Paard)

“Niet zagen” is in dressuurpaardenland, waar ik als instructeur-diplomé jarenlang vertoefde, de gangbare uitdrukking wanneer men wil duiden het paard niet door middel van grove handbeweging in de gewenste aanleuning, ‘in de krul’, te dwingen. Het is een schoolvoorbeeld van respectloos automatisme door een beginneling.
Zulks ligt veel gevoeliger en moet met subtieler aanwijzingen bereikt worden. Door voorzichtige prikjes met de spoor en opvangen in de hand beteugelt men het voorwaarts en bereikt men de sierlijke buiging. Als die jou gegeven wordt hoort daarbij een schouderklopje. Het paard dat niet durft te springen moedig je aan en geef je vertrouwen. Het is een samenspel van kneden en masseren. En dat is Auk op de huid geschreven.

Op mijn jongenskamer stonden rupsen op sterk water en opgeprikte wormen – een erfenis van mijn grootvader, bovenmeester in de Ververstraat, Den Bosch – broederlijk naast Dinkytoys, muizenschedeltjes en chinees porseleinen paardsculptuurtjes in het onvermijdelijke Tomado-rekje. Het is dus niet eens zo heel verwonderlijk in deze opstelling hier een samenvatting te zien van een natuurlijke historie.

Marcel Prins bij de opening van de tentoonstelling van Auk Russchen en Olaf Mooij.