Ilse Brul | Marco Goldenbeld

Werveling en torsie

  • 1 t/m 10 juni 2019
  • open op zaterdag en zondag en op maandag 10 juni van 12.00 tot 18.00 uur. Op andere dagen na afspraak. 

Ilse Brul

1972, Enschede. Hogeschool voor de kunsten Arnhem en Katholieke Universiteit Nijmegen. Woont en werkt in Groningen. 

Werveling

Een luchtig tafereel van kleurvlekken, structuren en lijnen vormt het uitzicht. Ilse Brul wandelt in de duinen, op het wad en in de bergen. De zintuiglijke herinneringen aan het geluid van de vogels en de wind, de sensatie van zonlicht en warmte, kou en begroeiing, harde ribbelige rotsen, spiegelend vochtig zand en zacht gewas vertaalt ze in verf als een sprankelend, abstract nieuw landschap rijk aan kleur en beweging, klaar om vrij in rond te struinen. 

Marco Goldenbeld

1957, Utrecht. Gerrit Rietveld Academie, Amsterdam. Woont en werkt in St. Jacobiparochie.

Torsie

Als een danser staat het beeld op één punt, klaar om te gaan zweven. Marco Goldenbeld maakt zware stalen vormen licht. Opgebouwd uit gebogen driehoekige elementen strekken ze zich uit naar de hemel, terwijl ze de ruimte tegelijkertijd omvatten. De combinatie van soepele en strakke, scherpe en ronde lijnen geeft de beelden spanning. Ze balanceren in de suggestie van een moment in een strakke choreografie, uiterst geconcentreerd, energiek en krachtig.

Veroveren

Inleiding op de expositie van Ilona Hakvoort en Anne Rose Regenboog.

Vanaf de New York Metrobank van Gjaltproducties.

Het was in oktober 2015 toen we naar New York vlogen, op uitnodiging van Barbara Bartlett (die hier ook heeft geëxposeerd).
De eerste avond verdwaalden we meteen al. In de metro. We zouden naar Queens, maar we gingen veel te ver. Onder de grond midden in Manhattan stapten we uit met onze rolkoffertjes.
En dat was de eerste keer dat we de bank zagen. Stevig, doorleefd en prachtig. Met een paar daklozen erop die ons behulpzaam de weg wezen.
Later die week veroverden we behalve per metro vooral lopend de stad, straat na straat, wolkenkrabber na werk-in-aanbouw. Het licht was veel helderder dan hier, heel veel licht was er, en kleur, en overal staalconstructies. Hijskranen, steigers, bruggen, ijzeren lijnen.

In februari dit jaar gingen we naar Rotterdam, naar Object, om het nieuwe werk van Anne Rose te zien. Achter deze zelfde Metrobank, op een pokdalige fabriekswand, hingen de kubussen en speelden met het licht. Het leek of de kubussen bewogen over de wand, als een film. De bank bleef stevig staan.

Anne Rose doet honderden ontdekkingen met de kubus als basis en begrenzing. De ribben van de kubus, om precies te zijn, en de lijnen daartussen die de vlakken verdelen. Nieuw is dat ook de ruimte binnenin wordt gearticuleerd met lijnen. Brede lijnen die de kubus iets zelfverzekerds geven.
In zijn eentje is elke kubus als een tekening in de ruimte. Luchtig en concreet tegelijk. Door die ruimtelijkheid is het beeld nooit hetzelfde als wat je net nog zag, de lijnen verschuiven ten opzichte van elkaar, kruisen elkaar en laten weer los. De constructie krijgt iets poëtisch.
Met elkaar worden de kubussen een verhaal, een ruimtelijk verhaal, dat je niet kunt vertellen, maar dat je moet ondergaan met je zintuigen. Je ogen, de bewegingen van je lichaam.
Daarin is de beschouwer essentieel. Anne Rose heeft de kubussen gemaakt met een andere intentie dan dat ik ze zie, dan dat jullie ze zien. Misschien begrijp ik ze niet eens, heeft mijn manier van kijken niets meer te maken met het proces van Anne Rose. Anne Rose is de schepper, wij zijn in deze wereld te gast.

DSC03030kopie

Een verhaal dat je leest, een film die je meesleept naar een andere tijd en plaats. Terwijl dit gebeurt geven je eigen associaties kleur aan het verhaal, veranderen het verhaal. En de kleur van het verhaal legt een tint over je ervaring van de werkelijkheid, net zoals de kleur van de bloesem in de tuin het licht binnen kleurt.

DSC03028kopie

Ilona’s kleuren zijn veel meer dan een zweem over de werkelijkheid, ze zijn de hoofdpersonen in hun eigen universum. Ze hebben namen, de kleuren, veel preciezer dan rood of blauw. Wie weet het verschil tussen cadmium, scharlaken en vermiljoen? Ultramarijn en kobalt? Ilona’s pigmenten hebben namen als Siegle oranje, Kalkgroen, Hansageel, Sirius. Pigmenten, stoffen die kleur geven. Schilders gebruiken ze in combinatie. Het rood van het Joodse bruidje van Rembrandt is zo mooi rood omdat Rembrandt het tegen veel minder krachtige kleuren zette. Die ene kleur laten stralen, tussen kleuren die ondersteunend zijn.
Ilona’s kleuren staan op zichzelf. Ze doen me denken aan toen ik nog klein was en met mijn verfdoos ‘de allermooiste kleur’ probeerde te mengen. Aan het felgroene kleurpotlood waarmee ik bij voorkeur álle gras en bomen inkleurde, waardoor dit potlood het snelst op raakte van de hele doos. Aan bosbessensaus in de yoghurt, dik en donker in het midden en transparant vervloeiend langs de randen. En aan bloeddruppels tijdens een biologieproef op school, waarbij het bloed ging schiften in rode en witte bloedlichaampjes.
Ook deze associaties hebben niets te maken met wat Ilona doet in haar atelier.

Jullie hebben ongetwijfeld je eigen associaties, het werk leent zich ervoor. De beschouwer maakt het werk als het ware af door het te veroveren, zijn eigen verhaal te verbinden met het verhaal dat de kunstenaar vertelt. Als je voor de confrontatie met het werk, deze ervaring, open staat, ontdek je steeds nieuwe, inspirerende werelden.

DSC03038kopie