Gehakt!

Beste collega-kunstgenieters, Welkom. Beste collega-kunstverzamelaars, de afwezige Ingrid Blans in het bijzonder; op haar voorspraak neem ik deze spreekbeurt waar. Beste collega-galeristen Griet en André, beste collega-kunstenaars Ine en Jantien.

GEHAKT!

Gehakt wordt er in kunstenland. Niet alleen op woensdag, maar elke dag, het gehele jaar.
Op open-atelierroutes en kunstbraderieën ontmoet je ontelbaar veel hakkers en vooral steensnijders. Een goedbedoelde therapeutische bezigheid met veelal droevige resultaten.
Een geslaagde strak vloeiende vorm is zo eenvoudig nog niet te verwezenlijken.
Kijk naar eens goed naar een paprika; daar is een evolutie en een berg veredeling aan voorafgegaan. Ga er maar aanstaan. Zo’n amorf mineraal gewicht.
De kathedralenbouwers wisten van wanten.
Zelf heb ik het jaar na afstuderen aan de academie met beitels en kloppers de steigers beklommen in Dordrecht en Den Haag om 16de-eeuwse, en neo-neo-klassieke laat negentiende-eeuwse gevelornamenten te restaureren of te vervangen. Hard graniet en kalkzandsteen. Een langzaam proces. Wegen, voelen, kijken. Elke klap moet raak zijn.
En dat is wat Jantien Kahn kan: Ráken!
Met een stevig vocabulaire spreken haar beelden heldere taal.
Haar vormen zijn nooit slap. In haar eigen woorden: ‘De spanning van het naar buiten brengen wat van binnen zit, vrij te maken wat verborgen is, hardheid met zachtheid en kracht met kwetsbaarheid te verbinden.’

‘Natuur zal kunst nooit blijvend evenaren.’ aldus Michelangelo Buonarroti
Bezie nou eens zo’n avocado met die diepzwarte huid, het zachte vlees en de harde kern.
Je moet kijken, kijken en nog eens kijken.

‘Ik droomde, dat ik langzaam leefde ….
langzamer dan de oudste steen.’

De eerste regels uit het gedicht ‘Tijd’ van M. Vasalis, wier gedichten Ine van den Heuvel inspireerden tot een reeks werken.

Terwijl Jantien wegneemt, bouwt Ine haar beelden laag voor laag. Op zware lithostenen, Solnhofener kalkzandsteen om precies te zijn, tekent zij in touche de eerste fase die ze vervolgens drukt op geschept papier. Dan volgt een hoogdruk van verweerde zinken platen, soms gevolgd door fotoprints op rijstpapier en completeert dat met gezeefdrukte teksten en tekens. En steeds voegt zij betekenissen toe.
De aarde, de grond, de klei, de plaats: daaruit trekt Ine, na diepgravend onderzoek, haar conclusies. Met de schriftuur van het landschap dat een historische betekenis heeft. Sporen van vervlogen tijden getoonzet met het handschrift van een dichter.
Ik mocht afgelopen woensdag over de schouder van de meesterinrichter even meegenieten van de totstandkoming van de symbiose van werken. De stenen werden verankerd in het landschap van deze prachtige expositie. Nu de puntjes op de i zijn gezet is het volop genieten.

Marcel Prins ter gelegenheid van de opening van de tentoonstelling van Jantien Kahn en Ine van den Heuvel in De Galerij IJhorst, 27 augustus 2016.

Tineke Porck | Gjalt Walstra

Tineke Porck

1954, Blijham
Vrije Academie, Den Haag
Woont in Voorschoten en werkt in Scheveningen

Rust

Een serie onmoetingen tussen elementen, sporen die het leven verbeelden. Vlak, lijn, punt, dat zijn de basiselementen waarmee Tineke Porck een oneindig aantal beeldende mogelijkheden onderzoekt. Het vlak vult ze met gevoelige, handgetrokken lijnen parallel aan elkaar of elkaar kruisend. De afstand tussen de lijnen is van belang voor de beleving van het beeld. Soms zijn de verbindingen tot punten teruggebracht, de lijnen tot begrenzing. Zoekend naar de essentie, dat wat overblijft als je alle franje weglaat.

Gjalt Walstra

1941, Leeuwarden
Gerrit Rietveld Academie, Amsterdam
Woont en werkt in Hoornsterzwaag

Licht

Schilderijen zijn het, olieverf op linnen. Gjalt Walstra schildert traditioneel: met de kwast opgebrachte dunne lagen verf in verschillende kleuren over elkaar heen, zodat de verf het licht vangt. Wit is niet wit, in het zwart zit nooit zwart. Een groot zwart dat eigenlijk diep donkerpaars is, straalt een intense kracht uit. Grijs bestaat uit allerlei kleuren. Het daglicht doet de kleuren leven. Een roze doek in het late middaglicht geeft een indruk van lucht en ruimte. Er is geen voorstelling. Het schilderij is zichzelf.


31 oktober t/m 8 november 2015
Open op zaterdag en zondag van 12:00 tot 18:00 uur en op afspraak.

Adres en route


atelier Gjalt Walstra
Atelier Gjalt Walstra
atelier Tineke
Atelier Tineke Porck

Beschouwende woorden van Ingrid Blans bij de opening van de tentoonstelling van Els Binnendijk en Maarten Brinkman

Beschouwende woorden van Ingrid Blans bij de opening van de tentoonstelling

“Textiel en takjes, stramien en papier… hoe meer bezijden de geijkte kunstopvattingen kun je het hebben! En toch… wat ademt deze ruimte een rust en ingetogenheid. De opwinding die zich van je meester maakt is de opwinding die hoort bij het willen begrijpen, het openstellen om, al doende, de werken van de kunstenares van de strengheid en de kunstenaar van het poëtische op je in te laten werken.

Els Binnendijk heeft haar roots in Twente. Groeide op in Oldenzaal en kwam in 1965 van de AKI. Daar had zij de opleiding Monumentaal en vrij schilderen gevolgd. Ze ging aan de slag met textiel, maakte – geheel naar de tijd – stofapplicaties en weefsels, haalde een opdracht binnen voor een reliëf in hout voor de hal van een ziekenhuis – waarna er nog vele reliëfs volgden – en hield zich bezig met zeefdrukken. Met als constante factor in al haar werk een voorliefde voor – zeg maar gerust: een verknochtheid aan – organische vormen in wit en roze, het zou een combinatie voor het leven worden.

Met de komst van kinderen zag Binnendijk zich begin jaren ’70 genoodzaakt haar werkplaats waarin alle eerder genoemde aktiviteiten werden uitgevoerd, terug te veranderen in de huiskamer waarvoor de ruimte was bedoeld. Wég zeefdruk, hout, hamer en verf. Wég de mogelijkheid ongebreideld rommel te maken om er kunst uit te laten ontstaan. Willem Wilmink zou zeggen: wat nu dan weer begonnen? Om in de volgende zin het antwoord te geven: er kwam een nieuwe nijverheid. Toevallig kreeg Els een boek in handen over moderne naaldkunst. Eerste reactie: wat een werk, wie begint nou aan zó iets? Om meteen daarna de uitdaging te zien in het ómzetten van de ontwerpen van driedimensionale reliëfs met lijnen en stippen in hout en stofeernagels, naar tweedimensionale ontwerpen in kruissteek op stramien. De toegepaste kleuren.… die bleven wit en roze.
Naar aanleiding van een tentoonstelling van haar werk in het Oldenzaalse Museum Het Palthe-Huis begin 2014, droeg een bevriende kunstenaar Binnendijk vóór, voor een kunstenaarslidmaatschap van de kunstenaarssociëteit Pulchri in Den Haag. Sindsdien hangt ze op de PAN, de RAW-Art en de KunstRAI én in Jubbega! Onlangs werd een textiel werk opgenomen in de collectie van het Rijksmuseum Twente naast de zeefdrukken uit 1977 die ook in de collectie Werken op papier van dat museum zijn opgenomen. En haar werk maakt deel uit van de inzendingen voor het Symposion Gorinchem dat nog t/m 27 september is Gorcum en omgeving is te zien. Vergis ik mij als ik veronderstel dat de waardering voor met de naald uitgevoerde beeldende kunst pas opgang deed nadat enkele heren-beeldend kunstenaars, ik noem Berend Strik en Janpeter Muilwijk, zich tot de textiele kunstuitdrukking hadden bekend? Waren kruissteken tot dan toe niet een expliciet vrouwending en dientengevolge ondergewaardeerd?

Terug naar het werk…De gevoelsmatigheid waarmee voor de kleuren wit en roze werd gekozen, staan in contrast met de wetmatigheid waarmee het verloop van de lijnen en stippen worden bepaald. ’s Nachts is het meest creatieve moment, dan wordt over de vlakverdeling nagedacht; bij het uitwerken op milimeterpapier kan het later toch nog tegenvallen. Hoe de gebogen lijnen op elkaar te laten aansluiten? Hoe een spannende verdeling van lijnen en stippen te verkrijgen? De neerslag van 35 jaar borduren is verrassend. En nog steeds niet uitgeput. Ik kan jullie verzekeren, vrienden hier aanwezig, zoveel sudoku’s er dagelijks in de kranten verschijnen, zoveel variaties op een thema heeft Els Binnendijk nog voor ons in petto.

Kwetsbaarheid typeert het werk van Maarten Brinkman, de kunstenaar die als jongetje zandkorreltjes op kleur sorteerde. Na lang het uitgeversvak te hebben uitgeoefend had hij de mogelijkheid zijn weg naar verdieping te zoeken in de beeldende kunsten. Het pad moet voor hem wél door de natuur leiden want dát is de ambiance die hem inspireert. De eerste jaren van zijn zoektocht gaf hij zijn emotionele verkenningen weer, door te tekenen en te schilderen, vaak in het Amsterdamse Bos. Hij stapte daar vanaf omdat hij het een té moeilijke manier vond om een relatie met het landschap aan te gaan. Bij een vorige tentoonstelling in 2011 zei hij hierover: “Er hangt zoveel van het moment af en van je eigen houding op die dag in relatie tot het landschap…het was me té toevallig. Ik wil mijn eigen innerlijke landschap maken.”

Enkele jaren geleden werd Brinkmans interesse door takken en hun volstrekt niet te beïnvloeden vormen gewekt. Je zou hem de herman de vries van de takken kunnen noemen. Waren het toen takken in combinatie met hun ophangsysteem draden, die zo’n mooie tekening op de muur afgaven, nu zijn het veelal takken die in bedwang worden gehouden door etalagespelden op een ondergrond van off white papier dat als kader van het werk dient. Nog steeds is daar de zoektocht naar verdieping; het lijkt een levensvullende opdracht voor Brinkman. Kenbaar maken dat je zoekende bent, betekent je kwetsbaar opstellen. Maar is niet alle kunst kwetsbaar?

Hij en ik organiseren een facetime-contact. Er ontwikkelt zich een ernstig gesprek met óók humoristische kanten, over de eerder genoemde zoektocht naar vernieuwing. Wáár ligt het omslagpunt naar kunst? Cruciaal is of hij de takken bezieling mee kan geven. Dat kan alleen met takken die een beeldhouw-kwaliteit hebben, waar spanning in zit. Spanning die zich vertaalt naar de mate waarin het takje, de tak in staat is de ruimte te vullen. Hij laat het me zien en ja, ik zie het. De ene tak wél, de andere niet. Geen menselijke ingreep komt eraan te pas. Alleen een draadje of een speld die de beeldende houding van het takje bepalen. Hij zoekt en vindt tegenwoordig in het Vondelpark.

In zijn atelier staat een opstelling die nog niet af is…een portrettengallerij. Van takken. Eén ontbreekt, er is nog geen tak gevonden die de optocht compleet kan maken. Twee takken op een sokkel hebben de omgebogen uiteinden, lees: “hoofden”, elk een andere kant op, ze kijken weg van elkaar. Wat Brinkman ontlokt: dit zijn broers die het niet met elkaar kunnen vinden.
De installatie die hier werd ingericht, voelt als een verzameling van vrienden. Ik zie hem nog net op het atelier hangen voordattie wordt ingepakt. Laatst was er een takje kwijt, het stemde hem verdrietig. Alsof hij een vriendje kwijt was.
De dode boom in de tombe buiten beroert ons niet zozeer vanuit het perspectief van de dood. Wanneer voel je verdriet om iets wat dood is? Als je een bos bloemen krijgt, zijn die bloemen eigenlijk al dood, althans…het proces van doodgaan is ingezet. Allemaal niet zo erg, als je maar beseft dat er voor takken en afgesneden bloemen nog een leven na de dood is. Dat lijkt de kunstenaar ons te willen zeggen.

PS Ik wil eindigen met een moment van reflectie op de dood aan het eind van mijn inleiding. Terwijl ik moeizaam mijn woorden zoek over de dode boom en de afgesneden bloemen komt in de rechterbovenhoek van mijn beeldscherm het droeve bericht over de zelfmoord van Joost Zwagerman. De schrijver die zo helder verklarend en bevlogen over beeldende kunst kon schrijven en praten. Ik zal met name die kwaliteit van hem erg missen. Het is dinsdagavond, 8 september 23.39 uur.

Maar, vrienden, terug in het nu. Geniet met animo van de kunst die hier te zien is. Dank voor jullie aandacht.”